Skip to main content
INA02

Analoge Ingangsmodule (2 ingangen)

  • ingangsmodule met 2 analoge ingangen
  • stuurt allerlei soorten sensoren met een 0-10V of 4-20mA uitgangssignaal
Met deze ingangsmodule met 2 analoge ingangen, kan je allerlei soorten sensoren met een 0-10V of 4-20mA uitgangssignaal aansluiten op het Qbus-systeem.

Veelgestelde vragen

  • Hoe leest men een bestaande configuratie uit?

    Naargelang het type controller is dit een totaal andere procedure.

    • Voor de CTD controllers gaat dit als volgt:

    In de SMIII via “Bestand” of “Hulpprogramma’s/Setup/SD-kaart” klik je op “Herstel QDB van SD”.

    Na de bevestiging kies je de naam en locatie waar het bestand moet bewaard worden. De gezipte QDB file wordt dan uit de SD kaart van de CTD gelezen en bewaard. Bij een positief antwoord op de vraag “Unzip en open restored QDB?” zijn alle gegevens dan onmiddellijk beschikbaar. Indien de gegevens waarmee je nog bezig was niet verstuurd of bewaard werden, dan krijg je eerst nog wel een melding om dit alsnog te doen.

     

    • Voor een CTL controller volg je volgende procedure:

    Omdat deze controller nog niet voorzien is van een groot geheugen, kunnen slechts beperkte gegevens gerecupereerd worden. O.a. de namen zijn afgekort op 12 karakters en serienummers zitten nergens gestockeerd.

    Een eerste stap is dus via de SMII het intypen van ALLE serienummers via “Bestand/Modules”. Deze 6-cijferige serienummers zijn op elke module (DIN-rail, schakelaar, detector, …) terug te vinden. Voor de SWC0x schakelaars werd er wel een extra mogelijkheid voorzien om deze via “Zoek naar modules” hun serienummer te laten uitsturen.

    Wanneer je daarna op de ‘pijl naar beneden’ klikt, kan je al deze beperkte gegevens uitlezen.

  • Gebruik steeds de meest recente software voor configuratie.

    Het is steeds aan te raden de meest recente versie te gebruiken. Hierin worden steeds de nieuwste modules ondersteund en werden ook alle gekende bugs opgelost.

    Indien je bvb een serienummer intypt en de juiste module info verschijnt niet, dan zal je vermoedelijk niet met de meest recente software werken.

    Een nieuwere versie zal steeds de oudere files (.QDB) kunnen openen, zonder gegevensverlies.

    De nieuwste System Manager software, bijhorende handleiding en versiebeheer vind je in het kenniscentrum

     

Technische info voor installateurs

  • Functiebeschrijving

    Met deze ingangsmodule die voorzien is van 2 analoge ingangen, kan je allerlei soorten sensoren met een 0-10V of 4-20mA uitgangssignaal aansluiten op het Qbus- systeem. Binnen HVAC-toepassingen bestaan er bij voorbeeld kleppen die luchtvochtigheid, CO2 en dergelijke meten en die een 0-10V of 4-20mA signaal leveren. Ook de terugmelding van kleppen of verwarmingssystemen zijn op deze manier uit te lezen. In tuinbouw, groene muursystemen, beregening van tuinen, meten van vloeistof niveaus en andere, is deze ingangsmodule eveneens inzetbaar. De gemeten waarden kunnen vertaald worden naar een 0-100% waarde (dimmermode), thermostaatmode (temperatuursensoren), of wanneer fijnmazige gegevens nodig zijn, kan ook de universele mode worden toegepast. 

    Bij deze ingangsmodule zijn geen sensoren inbegrepen in de verpakking. Controleer vooraf de eigenschappen van de sensor die u wil koppelen.

    De INA02 is een interface die de Qbus-bus verbindt met allerlei sensoren, en heeft een uniek serienummer die bij het configureren, in de configuratiesoftware SystemManager III, wordt ingevoerd. Alle geprogrammeerde gegevens blijven intern opgeslagen in een permanent geheugen. 

  • Technische gegevens

    Algemene specificaties INA02

    • Ingangsspanning: Max. 20Vdc
    • Doorslagspanning: getest op 2,5kV
    • Galvanische scheiding tussen Qbus-bus en ingangen
    • Verbruik: 0,28VA / 13,8V
    • Bus belasting: 25mA (piek) bij nominaal 13,8 V
    • Omgevingstemperatuur:

    Bedrijfstemperatuur: 10°C tot 50°C 

    Opslagtemperatuur: -10°C tot 60°C 

    • Maximale vochtigheid: 93 %, geen condensatie
    • Max. installatiehoogte: 2.000 meter boven zeespiegel 

    Ingangen INA02:

    • 2x ingang voor 0-10V of 4-20mA
    • Impedantie 1,2MOhm per ingang

    Fysische specificaties INA02:

    • Behuizing: Zwarte zelfdovende kunststof overeenkomstig UL94-V0
    • Beschermingsgraad: IP20, EN 60529
    • Installatie: montage via 2 schroeven
    • Afmetingen: .+/- 57 x 45 x 19 (B × H × D, mm)
    • Afmetingen: (h x b x l) +/- 19mm x 45mm x 57mm
    • Gewicht +/- 25g

    Elektrische beveiliging INA02:

    • Bus: 13.8Vdc – 18Vdc Zeer Lage Veiligheidsspanning (ZLVS / SELV)
    • Niet-toxisch, in overeenstemming met WEEE/RoHS
    • In overeenstemming met EMC en laagspanningsregulaties. De module stemt overeen met HBES – EN50090-2-2 en EN60950-1:2006 +A11:2009 +A:2010 +A12:2011 +A2:2013
    • Het product voldoet aan de bepalingen van de EU-richtlijnen (CE)
  • Dimensionering
    INA02 decentraal TF met maataanduiding 2021 09 24
  • Verklaring symbolen
    Symbool Dubbele isollatie

    Apparatuur waarbij de bescherming tegen het risico van elektrisch contact niet alleen gebaseerd is op basisisolatie, maar ook op aanvullende bescherming zoals dubbele isolatie of versterkte isolatie. Er is geen mogelijkheid tot aarding.

     

    Symbool Gevaar Aandachtig lezen

    Voordat u het apparaat aansluit, is het verplicht om de handleiding van het betreffende product te lezen. ISO7000-0434

    Symbool Gevaarlijke spanning

    Netaansluiting (230V) op de voedingsconnector. IEC 60417-5036

    Symbool CE

    CE-conformiteit. Alle conformiteitsverklaringen zijn verkrijgbaar op aanvraag.

  • Garantiebepaling

    Standaard Garantieperiode : 2 jaar vanaf leverdatum.

    De garantie geldt niet langer indien de module geopend werd! 

    Defecte modules moeten vrij van zegel opgestuurd worden met een beschrijving van het defect naar onze servicedienst:

    QBUS N.V.

    Joseph Cardijnstraat 19

    9420 Erpe-Mere

    Belgium

    T +32 53 60 72 10

    F +32 53 60 72 19

    Email: support@qbus.be

     

Algemeen

  • Veiligheidsvoorschriften

    Lees de volledige handleiding vooraleer de module te installeren en te activeren.

    OPGELET

    • De module moet geïnstalleerd, opgestart en onderhouden worden door een erkende elektrische installateur in overeenstemming met de geldende legale voorschriften van het land.
    • Sluit géén hogere spanning aan dan 20Vdc op de ingangen van de INA02 om defecten te vermijden!

Installeren en bekabelen

  • Plaatsing

    Monteer het apparaat op een droge locatie. Bij gebruik in vochtige omgevingen of buiten, dient deze te worden gemonteerd in een waterdichte verbinddoos. In ieder geval moet de module beschermd worden tegen condensatie en water.

  • Voeding

    OPGELET : ONDERBREEK DE STROOMVOORZIENING NAAR DE MODULE VOORALEER AAN DE MODULE TE WERKEN!
    Een tweepolige automatische zekering van maximum 16A moet op de 230Vac modulevoeding aangesloten worden. Doorsnede van de geleider: minimum 1,5mm². Verwijder ongeveer 7mm isolatie van de geleider en schroef de geleider in de connector L-N.

  • Externe sensor 0-10V of 4-20mA

    De meeste 0-10V / 4-20mA sensoren werken perfect met een zeer lage veiligheidsspanning van 24Vdc. Bijna alle sensoren zijn voorzien om te kunnen werken met spanningen die variëren tussen ongeveer 9Vdc en 36Vdc. Kies een voeding in functie van het benodigde vermogen voor de te gebruiken sensor. Deze info vindt u op de technische fiche van betreffende sensor. Meestal volstaat de LEDPWS/24.015 voor dergelijke sensoren in combinatie met een INA02

    Bij sensoren waar je de keuze hebt om 4-20mA of 0-10V toe te passen, kan je best opteren voor 4-20mA. Alle analoge signalen zijn gevoelig voor elektrische interferentie, en een regeling met 0-10V signaal is zeker geen uitzondering. Apparaten zoals motoren, relais en voedingen, kunnen spanningen op signaallijnen induceren en zo het 0-10V sensorsignaal beïnvloeden. Ook is een 0-10Vsignaal gevoelig voor spanningsval die wordt veroorzaakt door draadweerstand.

    Een signaal van 4-20mA of 0-20mA biedt daarentegen een verhoogde immuniteit tegen zowel elektrische interferentie als signaalverlies bij lange kabels. Een extra voordeel met 4-20mA-signaal is de inherente detectie van foutcondities. Aangezien het 4-20mA signaal, zelfs bij de laagste waarde, nog steeds actief is wanneer een sensor een minimum of "nul"-positie stuurt, geeft de sensor nog steeds een signaal van 4mA. Als de waarde ooit naar 0mA gaat, kan dit aangeven dat er iets mis is. Bij een 0-10V sensor kan nul volt een nul-positie betekenen, of het kan betekenen dat de sensor niet meer werkt. 

  • 0-10V systeem

    De bedrading tussen de INA02 en de aangesloten sensoren hangt af van de specificaties beschreven in de technische fiche van de sensor. Het is bij deze sterk aangeraden om geaarde afgeschermde kabel te gebruiken. Indien de afstand tussen de sensoren en de INA02 langer is dan wat is toegestaan, kan je best gebruik maken van een 4-20mA sensor. De INA02 is af fabriek ingesteld op 0-10V ingangssignaal. Indien een 4-20mA -sensor wordt aangesloten, kan dit geen schade of defect veroorzaken. Bij gebruik van 0-10V als signaal, kunnen geen alarmering bij 0V worden gegenereerd wanneer 0V een normale waarde kan zijn. De INA02 kan in dat geval geen verschil zien tussen een defecte sensor of een sensor die 0V geeft. 

  • BUS-aansluiting

    Gebruik de groene afgeschermde EIB-kabel als de aanbevolen kabel wanneer de geleiders per 2 samen worden getorst om een sectie van minimaal 2 x 1 mm² te verkrijgen. Je mag een kwalitatief gelijkwaardige kabel gebruiken. De afscherming van de buskabel moet, en mag slechts, aan één uiteinde aangesloten worden op de algemene aarding van het gebouw. 

Aansluitschema

  • 4-20mA

    De meeste sensoren kan je voeden met een standaard 24Vdc-voeding.

    De spanning van de externe dc-voeding, wordt aangesloten op de +klem van de sensor. De 0V wordt aangesloten op ingangsklem C van de INA02. De 4-20mA uitgang van de sensor wordt aangesloten op de ingang van de INA02. Zo staan de sensor en de INA02 als het ware in serie aangesloten aan de externe voeding. De maximale ingangsspanning op de 4-20mA moet lager zijn dan 20Vdc!

    INA02 Aansluitschema met 1x Sensor 4 20m A FR 2021 09 24

    Combinatie 4-20mA & 0-10V

    INA02 Aansluitschema met 1x Sensor 4 20m A 1x Sensor 0 10 V FR 2021 09 24
  • 0-10V

    Sluit een externe voeding aan op de 0-10V sensor. De meeste sensoren kan je voeden met een standaard 24VDc-voeding.

    De spanning van de externe dc-voeding, wordt aangesloten op de +klem van de sensor. De 0V wordt aangesloten zowel op de -klem van de sensor als op ingangsklem C van de INA02. De 0-10V uitgang van de sensor wordt aangesloten op de ingang van de INA02. De maximale ingangsspanning op de 0-10V ingang moet lager zijn dan 20Vdc om schade te vermijden! 

    INA02 Aansluitschema met 1x Sensor 0 10 V FR 2021 09 24

    Combinatie 4-20mA & 0-10V

    INA02 Aansluitschema met 1x Sensor 4 20m A 1x Sensor 0 10 V FR 2021 09 24

Alle modules hebben 1 uniek serienummer waaraan de system manager de modules herkent.

Via de SMIII kan je elke module via de bus configureren. Dit wordt via ons kenniscentrum verduidelijkt.

De INA02 is een module die via 2 ingangen een spanning tussen 0 en 10V of een stroom tussen 4 en 20mA in een bereik van 12 bit kan meten.

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 263

Een ingang kan 3 soorten zijn: Dimmer (0-100%), Thermostaat-I/O (met een bereik van 63.5°C) of een universele I/O (getal van 24-bit met instelbare resolutie)

Deze laatste kan dus grote waarden en ook decimalen weergeven. De meting van de module is echter beperkt op 12-bit en zal de volledige meting dus in +/- maximum 4000 stappen kunnen weergeven.

Na het selecteren (of toevoegen) van de universele I/O is het belangrijk om de parameters juist in te stellen. Kies het juiste type om een correcte weergave te krijgen. De default parameters zullen dan voorgesteld worden. Deze kan je dan naar eigen wens nog aanpassen.

 

Kies dan de mode van de sensor:

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 264

Klik daarna op “Standaard” om de standaard omrekening in te stellen.

 

Vooral bij een universele I/O kan het aanpassen van deze standaard waarden noodzakelijk zijn. Geef de correcte waarde in bij minimum (bij 0V, 0mA of 4mA) en ook de gewenste waarde die de sensor moet geven bij het maximum (bij 5V, 10V of 20mA)

Bv. Je wenst een temperatuur te visualiseren tussen 40°C en 100°C en de sensor geeft volgens de technische documentatie 0°C bij 4mA en 100°C bij 15mA. Dan zal je volgende instellingen moeten gebruiken:

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 267

De waarde 133,3°C bekom je door volgende formule: 100 °C / 15 mA * 20 mA

 

Bij een meting van 4 – 20mA loopt dit tot 20000µA

Bij deze gemeten waarde wordt eerst een eventuele offset bijgeteld of afgetrokken. Deze wordt met de multiplier vermenigvuldigd en dan met de divider gedeeld. En nadien wordt de ‘offset result’ er nog bij opgeteld.

Dit resultaat van de meting wordt naar de gekozen I/O in de controller doorgestuurd, wanneer de “hysteresis” bereikt wordt is en de “dead time” verstreken is. In dit voorbeeld zal er dus pas een statusupdate zijn indien het temperatuurverschil t.o.v. een vorige meting groter is dan of gelijk aan 1°C en dit ten vroegste 5 seconden na een vorige update.

 

Indien er een druksensor van Qbus (SENPACK/LEVEL) werd aangesloten, dan kan je op een eenvoudige manier de inhoud van een tank laten meten.

De instellingen van de I/O ziet er bv. als volgt uit: 

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 269

Bij “Eigenschappen” kan je alle parameters van uw tank instellen. De keuze van type tank, maximum volume, hoogte en soort vloeistof zal een correcte weergave van de gemeten inhoud van de tank weergeven wanneer de sensor net boven de bodem hangt. De druksensor (SENPACK/LEVEL) kan een maximum druk aan van 0.3bar (20mA op 3m maximum diepte in een tank gevuld met water)

Bij andere vloeistoffen met een soortelijk gewicht dat kleiner is dan 1000kg/m³ kan dus het volume van iets diepere ketels gemeten worden.

De vloeistoffen die aangeboden worden zijn water, diesel(stookolie) en benzine.

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 270
Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 271

Als u nog een ander soort tank/vloeistof wil meten of wanneer de hoogte van de vertikale tank bv. 4 m is en de sensor op 1m van de onderkant hangt, dan kan u “Andere (lineair)” kiezen en instellen wat de waarde is van 0 bar en van 0.3bar

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 273

Het bistabiele erroradres zal aan gezet worden indien er bv. een sensorbreuk is. Bij 0-5V zal de I/O aan gezet worden indien er een spanning gemeten wordt van meer dan 5.25V, bij 0-10V meer dan 10,5V, bij 0-20mA of 4-20mA meer dan 21mA en bij 4-20mA ook indien minder dan 3,5mA

Wens je andere drempelwaarden te testen dan kan je hiervoor analoge logica gebruiken of beter nog: een trigger instellen op de module zelf.

Bv.:

Qbus System Manager III Handleiding Update 04 2025 1 pdf image 274

Dubbelklik op de drempelwaarde wijzigt de test van >= naar <= en naar ‘niet testen’.

Wanneer een drempelwaarde ingesteld wordt op beide ingangen dan zal het resultaat als “EN”-voorwaarde berekend worden.