DALI Master
- DIN-rail Module om het Qbus systeem met een DALI (2) -systeem te koppelen
- Ondersteunt RGB(W) en WWCW op DALI (DT8)
- eenvoudige DALI-sturing via Qbus-schakelaars, Cloud en EQOmmand.
- tot max. 64 DALI(2)-drivers
Veelgestelde vragen
-
Hoe leest men een bestaande configuratie uit?
Naargelang het type controller is dit een totaal andere procedure.
- Voor de CTD controllers gaat dit als volgt:
In de SMIII via “Bestand” of “Hulpprogramma’s/Setup/SD-kaart” klik je op “Herstel QDB van SD”.
Na de bevestiging kies je de naam en locatie waar het bestand moet bewaard worden. De gezipte QDB file wordt dan uit de SD kaart van de CTD gelezen en bewaard. Bij een positief antwoord op de vraag “Unzip en open restored QDB?” zijn alle gegevens dan onmiddellijk beschikbaar. Indien de gegevens waarmee je nog bezig was niet verstuurd of bewaard werden, dan krijg je eerst nog wel een melding om dit alsnog te doen.
- Voor een CTL controller volg je volgende procedure:
Omdat deze controller nog niet voorzien is van een groot geheugen, kunnen slechts beperkte gegevens gerecupereerd worden. O.a. de namen zijn afgekort op 12 karakters en serienummers zitten nergens gestockeerd.
Een eerste stap is dus via de SMII het intypen van ALLE serienummers via “Bestand/Modules”. Deze 6-cijferige serienummers zijn op elke module (DIN-rail, schakelaar, detector, …) terug te vinden. Voor de SWC0x schakelaars werd er wel een extra mogelijkheid voorzien om deze via “Zoek naar modules” hun serienummer te laten uitsturen.
Wanneer je daarna op de ‘pijl naar beneden’ klikt, kan je al deze beperkte gegevens uitlezen.
-
Gebruik steeds de meest recente software voor configuratie.
Het is steeds aan te raden de meest recente versie te gebruiken. Hierin worden steeds de nieuwste modules ondersteund en werden ook alle gekende bugs opgelost.
Indien je bvb een serienummer intypt en de juiste module info verschijnt niet, dan zal je vermoedelijk niet met de meest recente software werken.
Een nieuwere versie zal steeds de oudere files (.QDB) kunnen openen, zonder gegevensverlies.
De nieuwste System Manager software, bijhorende handleiding en versiebeheer vind je in het kenniscentrum.
Bediening
Bedieningen via Qbus Contol
-
RGB mode
De RGB uitgang word gebruikt voor RGB-LEDs aan te sturen.
In het menu bovenaan kan je 3 verschillende manieren kiezen om de LED kleur aan te sturen:
- Een kleurwiel
- Een kleurenkiezer
- Een kleur overgang
Door in het rechtergedeelte naar boven en beneden te glijden kan de LED-armatuur op en neer gedimd worden.
Onderaan kan je de LED's Aan of Uit zetten. -
-
Aan / Uit
De contacten van deze schakelmodule kan je via Qbus Control AAN of UIT zetten.
Met het grafiek symbool in de rechter bovenhoek kan je de historische data raadplegen.
- 24 uur: Hier zie je de status van deze I/O voor de laatste 24 uur.
- 7 dagen: Hier zie je de status van deze I/O voor de laatste 7 dagen. Je ziet ook meteen welke dag deze uitgang het langst en het kortst heeft aan gestaan. Door te tikken op een dag kan je in detail zien hoelang deze uitgang heeft aan gestaan.
- 30 dagen: Hier zie je de status van deze I/O voor de laatste 30 dagen. Je ziet ook meteen welke dag deze uitgang het langst en het kortst heeft aan gestaan. Door te tikken op een dag kan je in detail zien hoelang deze uitgang heeft aan gestaan.
-
-
Dimmer
De uitgangen van deze module kan je via Qbus Control AAN of UIT zetten met de knoppen onderaan.
Door omhoog of omlaag te vegen kan de de status wijzigen naar een waarde tussen 0 en 100%.
Met het grafiek symbool in de rechter bovenhoek kan je de historische data raadplegen.
- 24 uur: Hier zie je de status van deze I/O voor de laatste 24 uur.
- 7 dagen: Hier zie je de status van deze I/O voor de laatste 7 dagen. Je ziet ook meteen welke dag deze uitgang het langst en het kortst heeft aan gestaan. Door te tikken op een dag kan je in detail zien hoelang deze uitgang heeft aan gestaan.
- 30 dagen: Hier zie je de status van deze I/O voor de laatste 30 dagen. Je ziet ook meteen welke dag deze uitgang het langst en het kortst heeft aan gestaan. Door te tikken op een dag kan je in detail zien hoelang deze uitgang heeft aan gestaan.
-
Technische info voor installateurs
-
Functiebeschrijving
De Qbus DALI Master met één DALI(2) bus, is een module binnen het Qbus bus- systeem voor woning- en gebouwautomatisering. De QDM01 beschikt over een ingebouwde DALI(2) voeding. Je configureert en adresseert de DALI(2) toestellen op een eenvoudige manier via System Manager III zonder bijkomende DALI-software of interfaces. De QDM01 ondersteunt maximaal 64 DALI(2) toestellen. Alle DALI en DALI2 verlichtingstoestellen kunnen met de QDM01 worden gestuurd via individuele DALI(2) adressen of DALI(2) groepsadressen. Ieder adres of groepsadres kan gekoppeld worden aan één van de 64 beschikbare Qbus uitgangen met één van de vele Qbus modes zoals o.a. dimmer-, bistabiele-, timer- en RGB+ mode.
Naast de ondersteuning van de Qbus DALI Sensoren (QDSEN & QDSEN/HB), ondersteunt de QDM01 eveneens bepaalde DALI2 sensoren en bepaalde functies (Beweging en LUX). Met de opkomst van Human Centric Lighting (HCL) en de bijhorende vraag naar daglichtsimulatie, maar ook de vraag naar RGB(W) via DALI(2), ondersteunt deze module naast LED-toestellen (DT6) en oudere types, ook DALI Type 8 (DT8). De module heeft op de voorzijde twee drukknoppen voor rechtstreekse bediening van het gehele systeem.
Zodra de QDM01 is voorzien van 230VAC spanning, alle DALI(2)-toestellen verbonden zijn met deze QDM01, en de DALI(2) verlichtingstoestellen eveneens onder spanning staan, kan de installatie getest en bediend worden via de drukknoppen. Via System Manager III en de QDM01 kan voor toestellen DT6 en DT8 de fysische minimum en maximum niveaus alsook het gedrag ingesteld worden voor de DALI-functies “Level Power ON” en “Level System Failure”, waardoor een hoger comfort kan worden bereikt.
De QDM01 heeft net zoals iedere Qbus module, een uniek serienummer die bij het configureren, in de configuratiesoftware System Manager III, wordt ingevoerd. Alle geprogrammeerde gegevens blijven intern opgeslagen in een permanent geheugen.
-
Technische gegevens
Algemene specificaties QDM01
- Omgevingstemperatuur:
Bedrijfstemperatuur: 10°C tot 45°C
Opslagtemperatuur: -10°C tot 60°C
- Maximale vochtigheid: 93 %, geen vochtcondensatie
- Voeding: 230Vac (max. 0,2A)
- Piekbelasting Qbus bus: 10mA
- Max. montagehoogte: 2.000 meter boven zeeniveau
Algemene specificaties DALI-bus
- DALI bus- voeding: 250mA
- DALI bus- spanning: 16Vdc
- Maximale afstand tussen QDM01 en DALI(2) toestel is 300m bij een minimale draadsectie van 1,5mm²
- Topologie: ster- en boomstructuur. Geen gesloten lus!
- Ondersteuning DALI types: DT0, DT1, DT2, DT3, DT4, DT5, DT6, DT7, DT8 (enkel vaste kleuren of kleurwiel)
- Ondersteuning sensoren BEG-Luxomat BMS DALI 2; sensoren Esylux BMS DALI2
- Dubbele DALI aansluiting, zodat er 2x vertrokken kan worden vanaf de module voor dezelfde DALI-bus
- Het DALI systeem voldoet aan de Europese Norm : IEC62386
Elektrische beveiliging:
- Qbus Bus: 13.8Vdc - 18Vdc zeer lage veiligheidsspanning
- Niet-toxisch, in overeenstemming met WEEE/RoHS
- Overspanning CAT. III (CAT.3)
CE:
- Qbus verklaart dat dit product voldoet aan alle toepasselijke Europese richtlijnen en verordeningen.
- De EU-conformiteitsverklaring is verkrijgbaar op aanvraag.
Fysische specificaties:
- Behuizing: plastic, zelfdovend overeenkomstig UL94-V0
- Beschermingsgraad: IP20, EN 60529
- Installatie: snelle montage op DIN-rail, breedte 4 modules
- Afmetingen (h x b x l): 62mm x 90mm x 72mm
- Gewicht: ongeveer 139g.
-
Dimensionering
-
Verklaring symbolen
Apparatuur waarbij de bescherming tegen het risico van elektrisch contact niet alleen gebaseerd is op basisisolatie, maar ook op aanvullende bescherming zoals dubbele isolatie of versterkte isolatie. Er is geen mogelijkheid tot aarding.
Voordat u het apparaat aansluit, is het verplicht om de handleiding van het betreffende product te lezen. ISO7000-0434
Netaansluiting (230V) op de voedingsconnector. IEC 60417-5036
CE-conformiteit. Alle conformiteitsverklaringen zijn verkrijgbaar op aanvraag.
-
Garantiebepaling
2 jaar vanaf leverdatum. De garantie geldt niet langer indien de module geopend werd! De garantieperiode wordt met 2 jaar verlengd indien deze werd geplaatst door een erkende Qbus installateur.
Bij defecten dient Qbus support gecontacteerd te worden door een erkende installateur. Na registratie bij Qbus support, kan de defecte module met een beschrijving van het defect, vrij van zegel verstuurd worden naar onze Qbus support.
Contactgegevens:
Qbus NV
Joseph Cardijnstraat 19
B-9420 Erpe-Mere
Tel: +32 (0)53 60 72 10
Fax: +32 (0)53 60 72 19
Email: support@qbus.be
Algemeen
-
Veiligheidsvoorschriften
Lees de volledige handleiding vooraleer de module te installeren en te activeren.
OPGELET
- De module moet geïnstalleerd, opgestart en onderhouden worden door een erkende elektrische installateur in overeenstemming met de geldende legale voorschriften van het land.
- Deze module is alleen geschikt voor DIN-rail installatie EN50022. De module moet geïnstalleerd worden in een brandvrije, gesloten verdeelkast met ventilatieroosters.
- Vooraleer aan de QDM01 te werken moet de spanning afgezet worden.
- Sluit nooit externe spanningen (v.b. 230Vac) aan op de DALI-bussen, of op de Qbus-bus! Dit zal onherstelbare schade veroorzaken aan de module en of aangesloten toestellen.
- Eén enkel DALI- toestel mag 2mA bus-belasting opnemen zodat het maximum van 64 toestellen kan bereikt worden.
- Gebruik de module niet in een omgeving die toegankelijk is voor kinderen.
Installeren en bekabelen
-
Plaatsing
Klik de module op een DIN-rail DIN EN50022.
-
Voeding
OPGELET : ONDERBREEK DE STROOMVOORZIENING NAAR DE MODULE VOORALEER AAN DE MODULE TE WERKEN!
Een tweepolige automatische zekering van maximum 16A moet op de 230Vac modulevoeding aangesloten worden. Doorsnede van de geleider: minimum 1,5mm².Verwijder ongeveer 7mm isolatie van de geleider en schroef de geleider in de connector L-N.
-
Belasting
De QDM01 voorziet één DALI(2)- bus voor maximaal 64 DALI(2) toestellen gerekend bij 2mA per DALI(2) toestel. De spanning voor de verlichtingstoestellen wordt buiten de QDM01 voorzien. Op de DALI(2)- bus mag géén externe spanning of 230V worden aangesloten! Er kunnen twee paar geleiders aangesloten worden op deze steekklemmen. Intern is er een brug tussen de klemmen, dus er is geen verschil tussen de eerste DALI+ & DALI- klem en de tweede DALI+ & DALI- klem. Verwijder ongeveer 7mm isolatie van de DALI-draden en duw de ontblote geleiders in de DALI steekklemmen +& -. Zowel vaste als soepele draden tussen 0,5 – 1,5mm² kunnen gebruikt worden. Bij soepele draad moet met een schroevendraaier op de drukveer van de steekklem geduwd worden bij het induwen van de draad.
De draden kunnen weer worden losgemaakt door bovenaan op de drukveer van de steekklem te duwen met een schroevendraaier. Maak echter géén draaibeweging met de schroevendraaier, want dit kan tot onherstelbare schade leiden aan de steekklemmen! Schakel de spanning van de verlichtingstoestellen pas in nadat alle verbindingen zijn gecontroleerd en de DALI-bus onder spanning staat. In zeldzame gevallen zijn toestellen die eerst onder spanning worden gebracht
alvorens de DALI-bus aan staat, niet te adresseren. Schakel in dat geval de spanning van deze armaturen uit en dan weer in.
-
BUS-aansluiting
Gebruik de groene afgeschermde EIB-kabel als de aanbevolen kabel wanneer de geleiders per 2 samen worden getorst om een sectie van minimaal 2 x 1 mm² te verkrijgen. Je mag een kwalitatief gelijkwaardige kabel gebruiken. De afscherming van de buskabel moet, en mag slechts, aan één uiteinde aangesloten worden op de algemene aarding van het gebouw.
Aansluitschema
-
Aansluitschema
-
SA-configuratie (via de toetsen)
De knopjes op de QDM01 worden gebruikt om de DALI(2)-toestellen rechtstreeks van op de module te bedienen. Op deze manier kan u nagaan of de installatie correct werkt alvorens met de toekenning van de DALI(2) adressen te starten. Via drukknop 1 kan je alle onder spanning staande DALI(2)-toestellen bedienen, via drukknop 2 kan je de ongeadresseerde DALI(2) toestellen bedienen. Bij toestellen die niet bedienbaar zijn, moeten de aansluitingen van de spanning en DALI(2) worden gecontroleerd.
-
Via System Manager III
Via de SMIII kan je elke module via de bus configureren. Dit wordt via ons kenniscentrum verduidelijkt.
De nieuwe QDI01 en QDM01 module kan de elektronische Dali-ballasten zelf configureren.
Dali 1: Via het tab-blad ‘Dali 1 Setup’ kan je de Dali1-adressen instellen.
De knop “Schrap alle adressen” gaat na de bevestiging, in 1 commando alle adressen van de aangesloten ECG’s wissen!
De knop “Toekennen adressen” scant eerst naar de adressen die reeds in gebruik zijn en kent dan de vrije adressen (van klein naar groot, 0 tot 63) toe aan nieuwe ECG’s die nog geen adres hebben. Na dit commando worden de adressen die in gebruik zijn in het groen weergegeven. Adressen die als “ingang” ingesteld werden, worden blauw gemarkeerd en adressen waarop meer dan 1 ECG antwoordt (verminkte data wordt ontvangen), wordt in het oranje weergegeven. Een adres dat in het rood wordt weergegeven, vertoont een ‘failure’.
Dezelfde data wordt uitgelezen als je op de ‘pijl naar beneden’ klikt. Ook groepen die ergens in gebruik zijn worden in het groen weergegeven.De Dali-adressen worden steeds in willekeurige volgorde toegekend. Bij het aanklikken van een adres, gaat dit adres knipperen. De commando’s ‘ga naar minimum’ en ‘ga naar maximum’ worden dan elke seconde herhaald.
Het nummer van het adres of van de groep waaraan een qbus-I/O werd gekoppeld wordt, wordt onderlijnd.
Adressen die in een groep zitten, worden in het cursief getoond.
Er kan ook een label worden toegekend aan een adres of groep:
Zo een adres of groepsnummer wordt dan in het vet gemarkeerd.
Via de System Manager kan je de parameters van een dimmer en detector ook uitlezen en aanpassen.
Bij het aanklikken van de pijl naar beneden zullen alle parameters worden uitgelezen en zal bv. van een I/O van het Dali Type 6 (Control Gear for LEDS) volgende info te zien zijn:
Je kan het knipperen uitzetten door het eerste vakje uit te vinken.
De status toont meer info over de ECG. Wanneer je de cursor beweegt over dit veld, dan krijg je de verklaring van deze statusbyte te zien.
Alle meldingen die deze statusbyte kan tonen zijn:
- Control Gear Failure
- Lamp Failure
- Lamp On
- Limit Error
- Fade Running
- Reset State
- Short Address
- Power Cycle SeenSommige meldingen (zoals “Power Cycle Seen”) wordt slechts eenmaal getoond!
Met de pijl naar boven worden de parameters naar de dalimodule gestuurd.
De groepen waartoe dit adres behoort, worden omkaderd met een blauw vierkant.
Wanneer je een groep aanklikt, dan wordt deze groep ook aangestuurd met minimum en maximum. Alle ingestelde adressen (ook omkaderd met een blauw vierkant) knipperen dan mee.
Na deze ‘scan’ kan men adres per adres de juiste Qbus I/O koppelen.
Het is ook mogelijk de adressen eerst in de gewenste volgorde leggen. Dit kan door 2 per 2 de adressen te verwisselen:
Duid het eerste adres en daarna het 2 adres aan. Na de bevestiging worden de 2 adressen in de ECG’s omgewisseld. Zo kan men de ECG’s in een logische volgorde leggen.
In een volgende stap kan je adressen toevoegen aan een groep of groepen toevoegen aan een adres.
Bij het toekennen van adressen aan een groep bestaat de mogelijk om het eerste adres aan te klikken en samen met de shift toets het laatste adres aan te duiden. Alle adressen van het eerste tot en met het laatste worden toegevoegd aan of verwijder uit de groep naargelang de status van het eerste aangeklikte adres. Het toekennen van adressen aan een groep of groepen aan 1 adres kan ook offline. Deze instellingen worden direct actief in de ECG’s. Later, bij het versturen van deze module, zullen deze parameters ook permanent in de QDI01 module bewaard worden.
Bovenaan kan met ook een bistabiele I/O instellen. Er zal elke ingestelde tijd gescand worden of er ergens een failure is. Deze I/O zal aan gaan wanneer er ergens een failure optreedt. Na het klikken op download pijl zal het defecte adres of defecte adressen in het rood worden weergegeven. Na de herstelling van de lamp/ballast en het opnieuw bedienen van dat adres zal de bistabiele I/O terug worden uit gezet.Een laatste knopje is “Schrap adres x”. Na de bevestiging wordt dit adres uit de aangesloten ECG verwijderd.
Dali2: Via het tabblad "Dali 2" kan je alle Dali2-armaturen configureren
Met de download-pijl zal de Dali2-bus gescand worden. Adressen die antwoorden zullen in het groen aangeduid worden. Kleurt het adres oranje, dan antwoordt er meer dan een module. Staat het adres in het rood, dan geeft de module een failure. Staat het adres nog in het grijs of staat deze niet in de lijst, dan wordt dit adres ook niet meer gevonden op de Dali2-bus.
Wanneer er ook Dali1-drivers aangesloten zijn, dan kunnen de Dali2-modules de communicatie willekeurig verstoren (wanneer er beweging of wijzigende lichtintensiteit gedetecteerd wordt). Deze ‘event flags’ wordt bij het uitlezen van de Dali2-adressen ook weergegeven:
Er werden twee extra knoppen voorzien. Vooraleer de Dali1-drivers gescand en toegekend worden, zal dus de disable-knop moeten geactiveerd worden. Nadat alle Dali1-drivers geadresseerd zijn, moeten de bewegings- en lichtevents opnieuw geactiveerd worden zodat deze sensoren opnieuw correct zullen werken.
Volgend scherm toont uitgeschakelde events:
Idem zoals op Dali1 zal bij het aanklikken van een adres of instance, de betreffende module naar minium en maximum gestuurd worden. Bij de meeste detectoren zal een ingebouwde led dan aan en uit knipperen.
Een Qbus-I/O toekennen aan de geselecteerde Dali2-instance kan je door de I/O te selecteren of nieuw aan te maken aan de rechterkant van het scherm.
Door te klikken op het plus-teken boven de lijst, wordt de Dali2 bus gescand op nieuw aangesloten modules. Na het eventueel toekennen van nieuwe adressen, zal de gescande bus opnieuw getoond worden.
Door te klikken op het min-teken boven de lijst, zal het geselecteerde Dali2-adres gewist worden uit alle modules die toegekend waren op dit adres.
De knop “Lees stand” zal naast de huidige status van de I/O’s uit de controller ook de actuele spanning en stroomverbruik van de Dali-bus weergeven.
Bij Dali2-bewegingsdetectoren is het mogelijk de ‘hold time’ in te stellen. Bij het aanklikken van de instance van deze detector verschijnt een extra scherm:
Met de pijl naar beneden wordt deze parameter uitgelezen. Standaard staat deze op 90 (x 10s = 15min.) Dit wil zeggen dat de module de beweging doorgeeft en dit pas opnieuw zal doen indien er gedurende 15 minuten geen beweging meer geweest is.
Beter is dus om deze zo kort mogelijk in te stellen en de ‘vertraging uit’ van de bistabiele I/O naar eigen wens aan te passen. Zet de hold timer dus op 1 (10 seconden) en stuur deze door door op de pijl naar boven te klikken.Gebruik je op ook Dali1-drivers voor WWCW sturing, dan werd warm wit en koud wit door oudere firmware omgewisseld. Om de draden niet te hoeven omdraaien, werd in de nieuwste firmware een knopje voorzien zodat deze softwarematig kunnen omgewisseld worden: