Qbus modbus interface Pro20
- Tot 20 toestellen, ideaal voor commerciële en projectmatige installaties
- Voorgeconfigureerde Modbus-structuur voor vlotte integratie
- Snelle configuratie in System Manager III, zonder complexe programmatie
- Compatibel met o.a. Daikin, Airzone, Mitsubishi, Fujitsu en veel meer
- Combinatie van modbus RTU met TCP/IP devices
- Mogelijkheid voor custom conversietabellen en logica
- BACS compliant, future proof voor professionele BMS
QMI/Pro20 is de slimme oplossing om HVAC-toestellen en energiemeters te koppelen aan je Qbus-installatie. Ontworpen voor commerciële en projectmatige installaties, met snelle Modbus RTU en TCP/IP integratie tot 20 toestellen, overzichtelijk, betrouwbaar en zonder onnodige complexiteit. Zonder vervanging koppelen we uw bestaande HVAC assets en meters via QMI/Pro20 tot een open, vendor-onafhankelijke basis die uw gebouw vandaag al BACS-klaar maakt voor data gedreven monitoring en optimalisatie.
Beschikbaar vanaf 01/06/2026.
Typische Use Cases
Intelligente klimaatregeling
Airconditioning die zich automatisch aanpast op basis van temperatuurinstellingen, aanwezigheid en tijdschema’s — altijd het juiste comfort, zonder verspilling.
Slimme ventilatie
Gezonde luchtkwaliteit door vraag gestuurde ventilatie op basis van CO₂-niveau en bezetting.
Efficiënte warmtepompsturing
Verwarmen wanneer nodig, met optimale afstemming op de warmtebehoefte en het gekozen bedrijfsregime.
Inzicht in energieverbruik
Real-time monitoring via energiemeters geeft u directe controle én waardevolle data voor verdere optimalisatie.
Koppeling met bestaande BMS
Koppeling met third-party gebouwbeheersystemen (BMS), waarbij HVAC-waarden en statussen automatisch worden doorgestuurd naar één centraal platform.
Technische info voor installateurs
-
Functiebeschrijving
Module om HVAC-toestellen en energiemeters met een Modbus RTU of Modbus TCP/IP interface te integreren in een Qbus-installatie voor middelgrote en grotere projecten.
De QMI/Pro20 fungeert als Modbus master en laat toe om maximaal 20 slave devices met samen tot 140 registers te koppelen. Hierdoor kunnen meerdere luchtgroepen en warmtepompen centraal aangestuurd en gemonitord worden binnen één Qbus-omgeving.
Via System Manager III kunnen per toestel de juiste Modbus-parameters en registers overzichtelijk geselecteerd en geconfigureerd worden. De QMI/Pro20 biedt uitgebreide instelmogelijkheden voor:
- Dataformaat (16, 32, 64 bit en Float32/64)
- Woordvolgorde (Big endian, Little endian, Word swap)
- Signed/unsigned configuratie
- Dynamische conversietabellen
- Custom conversieformules
Standaardinstellingen worden automatisch ingevuld bij het toevoegen van registers, wat een snelle en foutarme integratie mogelijk maakt, ook in grotere installaties.
De communicatie-instellingen (RTU of TCP/IP) zijn configureerbaar afhankelijk van de toepassing. Bij TCP/IP-koppeling kunnen per slave, IP-adres en poort individueel ingesteld worden, met controle op dubbele IP-adressen binnen de installatie.
De QMI/Pro20 beschikt over extra betrouwbaarheid- en diagnosefuncties, waaronder:
- Communicatiestatus per slave device
- Configureerbare schrijf-herhaalmechanismen
- Mogelijkheid tot periodieke herzending van schrijfwaarden
- Uitsluitoptie per register
Additionele Modbus commando’s worden op regelmatige basis en op vraag van de klanten geïntegreerd in de Qbus QMI Interface-module. Elke QMI/Pro20-module beschikt over een uniek serienummer waardoor programmeren en identificatie steeds mogelijk zijn. Alle geconfigureerde gegevens worden intern opgeslagen in een permanent geheugen. Firmware-updates gebeuren via de Qbus-bus.
-
Technische gegevens
Algemene specificaties
- Voeding: Qbus bus
- Omgevingstemperatuur: Bedrijfstemperatuur: 10°C tot 50°C Opslagtemperatuur: -10°C tot 60°C
- Maximale vochtigheid: 93 %, geen vochtcondensatie
- Busvoeding:
- onbelast: 45 mA aan nominaal 18 V
- RTU belast: 50mA aan nominaal 18V
- TCP belast: 50mA aan nominaal 18V
- RTU & TCP belast: 80mA aan nominaal 18V
- Max. montagehoogte: 2.000 meter.
QMI/Pro20 connecties
De QMI/Basic fungeert als Modbus master en ondersteunt zowel Modbus RTU (RS485) als Modbus TCP/IP
- Maximaal 140 Modbus-registers kunnen per module geconfigureerd worden.
- Maximaal 20 Modbus slave devices kunnen per module gekoppeld worden.
- Het aantal benodigde registers per extern toestel (meestal 5–8) bepaalt het maximaal aantal effectief aanstuurbare toestellen binnen de limiet van 140 registers.
De module ondersteunt uitgebreide registerconfiguratie:
- Dataformaat: 16-bit, 32-bit, 64-bit, Float32, Float64
- Woordvolgorde: Big endian, Little endian, Word swap
- Signed / Unsigned
- Dynamische conversietabellen
- Custom conversieformules
RS485 (RTU)
- Maximale afstand tussen QMI/Pro20 en extern toestel: 1000 m
- Bekabeling mogelijk in bus (lijn) of stertopologie, volgens RS485-richtlijnen
- Configureerbare baudrate, parity en stopbits via System Manager III
Ethernet (TCP/IP)
- 10/100 Mbps
- DHCP voor QMI, statisch IP naar slave device
- Individuele IP-configuratie per slave device
- Controle op dubbele IP-adressen binnen dezelfde module
- Standaard Modbus TCP poort 502 (aanpasbaar)
Diagnose functies
- Communicatiestatus per slave device
- Mogelijkheid tot periodieke herzending van schrijfwaarden
- Mogelijkheid tot uitsluiten van specifieke registers bij herzending
Fysische specificaties:
- Behuizing: kunststof, zelfdovend conform UL94-V0
- Beschermingsgraad: IP20 volgens EN60529
- Installatie: snelle montage op DIN-rail, breedte 2 modules
- Afmetingen (H x B x D): 62 mm x 90 mm x 36 mm
- Gewicht: ongeveer 0,072 kg
Conformiteit:
- CE conformiteit
- Bus: 18 VDC laagspanning
- Niet-toxisch, conform WEEE/RoHS
- Overeenstemmend met EN 60730-1:2000 +A11:2002
-
Dimensionering
-
Verklaring symbolen
Apparatuur waarbij de bescherming tegen het risico van elektrisch contact niet alleen gebaseerd is op basisisolatie, maar ook op aanvullende bescherming zoals dubbele isolatie of versterkte isolatie. Er is geen mogelijkheid tot aarding.
Voordat u het apparaat aansluit, is het verplicht om de handleiding van het betreffende product te lezen. ISO7000-0434
Netaansluiting (230V) op de voedingsconnector. IEC 60417-5036
CE-conformiteit. Alle conformiteitsverklaringen zijn verkrijgbaar op aanvraag.
-
Garantiebepaling
Standaard Garantieperiode: 2 jaar vanaf leverdatum. De garantie geldt niet langer indien de module geopend werd! De garantieperiode wordt met 2 jaar verlengd indien deze werd geplaatst door een erkende Qbus installateur.
Bij defecten dient Qbus support gecontacteerd te worden door een erkende installateur. Na registratie bij Qbus support, kan de defecte module met een beschrijving van het defect, vrij van zegel verstuurd worden naar onze Qbus support.
QBUS N.V. Joseph Cardijnstraat 19, 9420 Erpe-Mere, Belgium
T +32 53 60 72 10 - F +32 53 60 72 19
Email: [email protected]
Algemeen
-
Veiligheidsvoorschriften
Lees de volledige handleiding vooraleer de module te installeren en te activeren.
WAARSCHUWING
- Montage, inbedrijfstelling en onderhoud van de apparaten moeten door een erkend elektricien gebeuren in overeenstemming met de geldende wettelijke vereisten.
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor DIN-rail-montage overeenkomstig EN50022. Het moet worden gemonteerd in een vuurvast verdeelbord met ventilatiegaten.
- Het apparaat niet openen. De garantie vervalt bij opening van de module.
- Gevaar voor elektrische schokken bij contact met onderdelen onder spanning.
Installeren en bekabelen
-
Plaatsing
Klik de module op een DIN-rail DIN EN50022.
-
Voeding
De QMI/Pro20 wordt gevoed door de bus
-
Modbus bekabeling
RS485
De bedrading tussen de Modbus-poort op het externe toestel en de RS485-connector op de Qbus QMI interface moet gebeuren met massieve geleiders van maximaal 0,8 mm². Gebruik hiervoor een CAT5-kabel. Ook de groene EIB-kabel kan hiervoor gebruikt worden (gebruik de geleiders dan individueel).
TCP/IP
Netwerkkabel connecteren aan de modbus tcp poort dat via het netwerk connectie maakt met het slave device.
-
BUS-aansluiting
Gebruik de groene afgeschermde EIB-kabel als de aanbevolen kabel wanneer de geleiders per 2 samen worden getorst om een sectie van minimaal 2 x 1 mm² te verkrijgen. Je mag een kwalitatief gelijkwaardige kabel gebruiken. De afscherming van de buskabel moet, en mag slechts, aan één uiteinde aangesloten worden op de algemene aarding van het gebouw.
-
LED indicatie op de module
PWR LED (groen)
- UIT: QMI module heeft geen spanning via de bus
- AAN: QMI module heeft spanning via de bus
STATUS LED (rood)
- 3 x knipperen, éénmalig: QMI module start op
- 1 x + 3 x knipperen, éénmalig: bij versturen van configuratie vanuit SMIII
RX LED (groen)
- aan: QMI module ontvangt modbus data
TX LED (groen)
- aan: QMI module verzend modbus data
Aansluitschema
-
Aansluitschema
Algemeen voorbeeld bekabeling
Specifiek voorbeeld bekabeling met Daikin RTD modules
Via de SMIII kan je elke module via de bus configureren. Dit wordt via ons kenniscentrum verduidelijkt.
Wanneer u het serienummer van een QMI/Pro20 in het venster van de modules hebt ingevoerd, verschijnt het volgende venster.
De QMI/Pro20 module verzorgt de communicatie tussen het Qbus-systeem en externe HVAC-toestellen via Modbus RTU of Modbus TCP/IP. De module fungeert als Modbus master en laat toe om signalen en statussen uit te wisselen tussen maximaal 20 slave devices en de gekoppelde Qbus I/O, met een totaal van 140 Modbus-registers.
Algemene instellingen - Setup
- Via de "Setup" knop kan je de algemene instellingen van de QMI bepalen
- Communicatie-instellingen: baudrate, pariteit, aantal stopbits (RTU), polling delay (bepaalt de wachttijd tussen Modbus-commando’s)
- Main Error Address: Hier kan je optionele een I/O toekennen die actief wordt bij een communicatieprobleem bij één van de gekoppelde toestellen.
- Conversions: Hier heb je de mogelijkheid om custom conversies toe te voegen. Deze zullen dan beschikbaar komen bij de conversiekeuze in de registertabel.
Voorgeconfigureerde devices
- Voorgeconfigureerde types van toestellen worden automatische ingeladen via "Wizard new device...". Dit vereenvoudigt de configuratie en vermindert fouten bij grotere installaties.
- Bij keuze van een type worden automatisch de registers, functiecodes en conversies ingesteld. Wanneer je keuze '- New I/O -' laat staan, dan zal er een nieuwe Qbus I/O van het juiste type aangemaakt worden. Indien je een bestaande Qbus I/O wenst te gebruiken, dan hoeft u deze te selecteren in de lijst 'Current data'. Wanneer '- Same as row x -' gekozen wordt, dan zal dezelfde I/O gebruikt worden als in de gekozen rij.
- Met de "Add selected lines to slave" knop voegt U de registers toe aan het slave device.
Registers instellingen
- Standaardinstellingen voor dataformaat (16, 32, 64 bit, Float32/64), woordvolgorde (Big endian, Little endian, Word swap) en signed/unsigned worden automatisch ingevuld bij het toevoegen van registers.
- Custom conversieformules zijn beschikbaar per register.
- Dynamische conversietabellen passen zich aan afhankelijk van de keuze van I/O-type.
Slave-device beheer
- Naam van het slave-adres kan bovenaan in het tabblad worden gewijzigd.
- Instellingen van een bestaand slave-adres kunnen eenvoudig worden gekopieerd naar een nieuw slave-adres via de "Kopieer van..." knop.
Controle en uitsluiting
- Klik op “Lees stand” om zowel het Modbus-register (kolom “Modbus St.”) als de Qbus I/O-status te bekijken van een IP of RTU device.
- Bepaalde lijnen kunnen tijdelijk worden uitgeschakeld in de laatste kolom van de registertabel. Uitgeschakelde lijnen worden niet verstuurd bij het uploaden naar de module, maar blijven wel bewaard in de configuratie op de pc.