Deze toepassing kan worden gebruikt om, wanneer u weg bent, de indruk te wekken dat er iemand thuis is. Het Qbus systeem kan worden ingesteld om alle gebeurtenissen die zich op de bus voordoen, op te nemen. Deze gebeurtenissen worden dan telkens op weekbasis herhaald wanneer het simulatieprogramma geactiveerd wordt.
Stap 1: Selecteer I/O’s
Eerst moet u selecteren welke I/O’s deel zullen uitmaken van de simulatie. Zo heeft het geen zin verwarmings-I/O’s op te nemen - verwarming is immers niet zichtbaar van buiten en ze inschakelen, zou energieverspilling zijn.
Klik op de toets I/O’s om de lijst weer te geven van I/O’s die u in de qdb hebt aangemaakt. Voor elke I/O kunt u bij de eigenschappen aangeven of hij geactiveerd mag worden bij een simulatie:
Nadat u alle bij een simulatie te activeren I/O’s geselecteerd hebt, kunt u de opgenomen lijst controleren. U ziet dan een scherm met alleen de I/O’s die geselecteerd zijn om geactiveerd te worden bij een simulatie.
Stap 2: Simulatie opnemen
Nu u alle I/O’s hebt geselecteerd die u tijdens de simulatie wenst te gebruiken, moet u de gebeurtenissen die zich in een zekere periode voordoen, opnemen zodat zij kunnen worden herhaald tijdens de simulatie. Om een simulatie op te nemen, moet u één toets van een schakelaar of aanraakscherm toewijzen aan "Simulatie opnemen" of kan u via Hulpprogramma’s – Setup de “Record” aanklikken:
Een Smart Switch (SWC) gebruiken:
Klik op een toets van de specifieke schakelaar die u wenst te gebruiken, klik bovenaan in de lijst op "- Sferen -" en doorloop de lijst tot u onderaan "- Sim. Opnemen" vindt.
Wanneer die toets bediend wordt, zal het opnemen starten.
Een aanraakscherm gebruiken:
U kunt de toets "Sim. Opnemen" toewijzen aan het aanraakscherm. In de lijst I/O’s van de bedieningstabel kunt u Sferen selecteren en de gewenste simulatietoets kiezen.
Gebruik van de schakelaars die zijn aangesloten op de ingangsmodules
De toets "Simulatie opnemen" kan worden toegewezen aan de schakelaars die zijn aangesloten op de ingangsmodules, waaronder INP02, INP04, INP08, INP16, INP08/230.
Opmerkingen:
• De opname van een simulatie begint onmiddellijk. Het systeem blijft opnemen tot u de opname stopt door de toets opnieuw in te drukken. Als u de opname niet onderbreekt, zal het systeem blijven opnemen - wanneer het einde van de week wordt bereikt, worden de tijdens deze week opgenomen gebeurtenissen geleidelijk overschreven.
• Het systeem kan opnemen met een max snelheid van 1 opname per 4 seconden, en tot 90 opnames per uur. Wanneer de opnamefunctie wordt gestopt zal het systeem alle gebeurtenissen onthouden tot 1 minuut voor het stoppen van de opname.
• Indien de opname wordt gestopt, en daarna opnieuw wordt aangezet tijdens hetzelfde uur, zullen de gebeurtenissen die vooraf tijdens dat uur waren opgenomen, gewist worden (het activeren van de opname zorgt ervoor dat de gebeurtenissen tijdens het uur waarin de opname wordt geactiveerd, gewist worden).
• Om de opgenomen gebeurtenissen naar uw .qdb-bestand te downloaden, ga naar het menupunt "Bewerken", "Simulatie", en klik op de pijl naar beneden. Hierdoor worden alleen de opgenomen gebeurtenissen van de aangeduide weekdagen gedownload van uit de controller. LET OP: VOORALEER DE SIMULATIE TE DOWNLOADEN MOET DE OPNAME GESTOPT WORDEN (Simulatie uit); DE OPGENOMEN GEBEURTENISSEN WORDEN PAS BEWAARD OP DE SD CARD VAN DE CONTROLLER WANNEER DE OPNAME IS GESTOPT. Als u bepaalde gebeurtenissen in de simulatielijst veranderde, kunt u de aangepaste simulatielijst naar de controller versturen door op de rode uploadpijl te klikken.
• Sferen worden ook volledig opgenomen, maar bij het afspelen van de Simulatie worden enkel die I/O’s in een sfeer gebruikt waarbij was aangegeven dat die I/O’s in simulatie mochten gebruikt worden.
Stap 3: De simulatie activeren
U activeert de simulatie door te klikken op de toets "Simulatie", die u aan een schakelaar of een bedieningstabel kunt toewijzen zoals u dat ook hebt gedaan voor de toets "Sim. opnemen" (zie hoger). Wanneer u op "Simulatie" klikt, begint de simulatie het volgende uur te spelen (Simulatie AAN om 13:26, start om 14:00).
De simulatie herhaalt de gebeurtenissen op dezelfde dag, en dezelfde tijd in uren, minuten en seconden als bij de opname. U kunt de lijst van gebeurtenissen op dag en tijd controleren door op "Bewerken", "Simulatie" te klikken. In dit scherm selecteert u de gewenste dag om de lijst van opgenomen gebeurtenissen te bekijken. U kunt deze lijst wijzigen door gebeurtenissen toe te voegen (klik op "Lijn invoegen" en vervolgens op de I/O die u wenst toe te voegen). U kunt de tijd in de lijst van I/O’s (selecteer een I/O in de lijst van simulaties en verander de tijd met de klok aan de rechterzijde), en de status van de I/O (klik op de pijl naar boven of naar beneden rechts van de lijst van simulaties) wijzigen.
Aangezien het simulatieprogramma alle gebeurtenissen per dag opneemt, moet u een hele week opnemen om over een lijst van gebeurtenissen voor elke dag te beschikken in het simulatieprogramma. Als u maar één dag hebt opgenomen, zal de simulatie alleen tijdens die dag actief zijn. U kunt echter gebeurtenissen aan andere dagen toevoegen door dagen waarvoor u gebeurtenissen hebt opgenomen, te kopiëren (gebruik de toets "Kopieer van .." in de lijst van simulaties.
Bij het afspelen van de Simulatie worden enkel die I/O’s in een sfeer gebruikt, waarbij was aangegeven dat die I/O’s in simulatie mochten gebruikt worden (zie stap 1 – I/O selecteren)