Skip to main content

Laadpalen

Opgelet: Onderstaande informatie is louter informatief. Wij zijn niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan software van derde partijen.

  • Mennekes

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Mennekes laadpalen;

    • Mennekes Amtron Professional
    • Mennekes Amtron Professional TwinCharge
    • Mennekes Amtron Compact 2.0s
    • Mennekes Amtron 4You 310
    • Mennekes Amtron 4You 510
    • Mennekes Amtron 4You 560
    • Mennekes Amtron 4Business 710
    • Mennekes Amtron 4Business 730

     

    Mennekes Amtron Professional

    De Mennekes Amtron Professional is standaard te bereiken via netwerk op het IP-adres 192.168.124.123 . Het IP-adres kan ook gevonden worden door gebruik te maken van de ‘charge point manager’. Dit is een software van Mennekes: https://www.mennekes.be/emobility/service/charge-point-manager/

    Mennekes 1

    Om de laadpaal te laten sturen door de energiemanagement-module, moet deze als volgt geconfigureerd worden: 

    Ga naar de web interface van de laadpaal via de browser op het voorgenoemde IP-adres

    Mennekes 2

    Login met gebruikersnaam: ‘operator’ en het paswoord gegeven op het Inbedrijfstellingsdocument dat bij de laadpaal hoort.

    Toegang geven 

    Mennekes 3
    1. Ga naar ‘Lastmanagement’
    2. Schakel ‘Modbus TCP server voor energiebeheersystemen’ AAN.

    Om de energiemanagementmodule correct te laten functioneren moeten geen andere instellingen aangepast worden. Indien gewenst kan in de web interface van de laadpaal instellingen zoals de maximale stroom per fase, autorisatie of netwerk ingesteld worden.

    Mennekes 4

    Amtron Compact 2.0s en Amtron 4You 310

    De Mennekes Amtron Compact en 4You 310 laadpunten dienen verbonden te zijn met Luqas via Modbus RS485. 

    Zet de dip switches 4 en 5 van S1 in de laadpaal zoals in onderstaande figuur aangegeven om de laadpaal te laten sturen door Luqas. 

    Mennekes Amtron 4You 510/560 / 4Business

    Om de laadpaal te laten sturen door de energiemanagementmodule, moet deze als volgt geconfigureerd worden: 

    • Als de laadpaal onder spanning staat, duw dan de bovenste en derde knop gelijktijdig in tot het frontpaneel groen oplicht voor een aantal seconden.
    • Zodra dit is gebeurd, kan het Wifi-netwerk van de laadpaal teruggevonden worden op PC of GSM
    • Connecteer via Wifi met de laadpaal. De SSID en code zijn terug te vinden op het stickerblad meegeleverd met de laadpaal.
    • Surf naar 192.168.170.10
    • Login met de installateurslogin geleverd bij de laadpaal.
    • Inloggen kan ook via de 4Installers App. 

     

    Mennekes 5
    • Ga in het menu naar ‘Instellingen’ – ‘Netwerk’ – ‘Extern energiemanagement’ en activeer ‘Energiebeheersysteem
    • Stel de parameter ‘Veiligheidspower’ in op 6 ampère.
    • Een statisch IP-adres instellen is mogelijk via het menu ‘Instellingen’ – ‘Netwerk’ – ‘Lokaal netwerk’
    • Bewaar en herstart de laadpaal via de interface 
  • Alfen

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Alfen laadpalen;

    • Alfen Eve Single
    • Alfen Eve Double

    Om de laadpaal te laten sturen door de energiemanagement-module, moet de laadpaal nog als volgt geconfigureerd worden:

     

    Software

    • Installeer de ACE service installer (alfen.com)
    • Vul username (“Post”) en paswoord in (“prEze8”)
    • De software zal een netwerk scan uitvoeren en uw laadpaal automatisch detecteren.

    Verbinden met laadstation

    Alfen Config 1
    1. Selecteer vervolgens uw laadstation en log in met  ‘user level’ en paswoord. Selecteer ‘owner’ en vul het paswoord in dat te vinden is op de binnenkant van de afdekplaat van de laadpaal.
    2. Om te voorkomen dat het laadstation na verloop van tijd een ander IP adres krijgt ( en de Luqas hierdoor niet meer kan communiceren ) stel je best een vast IP adres in die buiten de DHCP range valt.

    IP adres instellen

    Alfen Config 2
    1. Selecteer Wired
    2. Vink bovenaan Fixed IP address aan en vul de juiste gegevens in

    Toegang geven 

    Alfen Config 3
    1. Om de communicatie met de laadpaal en de Luqas tot stand te brengen dienen we de Active Load Balancing te activeren:
    2. Kies Active balancing
    3. Activeer Active Load Balancing
    4. Stel als Data Source - Energy Management System in
    5. De Safe Current is de stroom toegelaten wanneer de laadpaal zijn netwerkconnectie zou verliezen. Alfen adviseert dit in te stellen minimum 6A.

     

    Aantal laadpalen

    Alfen Config 4
    1. In het extra tabblad TCP/IP EMS kan je nog invullen of er
    2. 1 laadpaal gestuurd wordt individueel (‘Socket’) of meerdere laadpalen via 1 master laadpaal (‘SCN’) 

    Wijzigingen bewaren

    Alfen Config 5
    1. Bewaar de instellingen en herstart de laadpaal zodat hij zijn instellingen kan overnemen. Klik hiervoor op het aangegeven symbool
  • Veton

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Veton laadpalen;

    • Veton One
    • Veton Two
    • Veton Wall
    • Veton Wall+

    De Veton laadpaal is te bereiken op het netwerk via het IP adres ev3000.local . Er moet verder geen configuratie op de laadpaal zelf gebeuren. 

  • Blitzpower

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Blitzpower laadpalen;

    • Blitz power Wall single
    • Blitz power Wall double
    • Blitz power Tower single
    • Blitz power Tower double
    • Blitz power Push

    De Blitzpower laadpaal is te bereiken op het netwerk via het IP adres ev3000.local. Er moet verder geen configuratie op de laadpaal zelf gebeuren. 

  • ABB

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types ABB laadpalen;

    • Terra AC Wallbox

    Volg onderstaande stappen om een ABB laadpaal te configureren. De laadpaal moet via de primaire ethernetpoort met het lokaal netwerk verbonden zijn (voor toestellen met MID display) of met de Modbus RS485 aansluiting (voor toestellen zonder MID display). 

    • Download de ‘Terra Config 2.0’ app via Google Play Store of Apple store.
    • Log in op de App en connecteer met de laadpaal via Bluetooth of via Wifi (de smartphone moet op hetzelfde wifi netwerk verbonden zijn als de laadpaal).
    • Geef vervolgens de pincode in die meegeleverd werd met de laadpaal. Je zou nu verbonden moeten zijn met de laadpaal en instellingen kunnen wijzigen. 
    ABB 1

    Ga naar de configuratiepagina van de geconnecteerde laadpaal en controleer dat de firmwareversie minstens v1.6.6 is. Je kan deze via de app updaten. 

    ABB 2
    1. Klik op Energiebeheer om de sturing te configureren
    2. Stel de installatieparameters in en selecteer ‘Modbus’ 
    ABB 3

    Selecteer ‘Lokale controller’ en kies voor Modbus RTU of voor Modbus TCP/IP in functie van de gekozen aansluiting.

    ABB 4

    Bij keuze voor Modbus RTU moet je op de volgende pagina de instellingen nog aanpassen: 

    1. Slave ID: Indien twee laadpunten van ABB via Modbus RTU geconnecteerd zijn, gebruik dan Modbus adres ‘1’ voor het eerste laadpunt en Modbus adres ‘2’ voor het tweede laadpunt.
    2. Baud rate: 115200
    3. Pariteit: Geen
    4. Stop bit: 1
    5. Data bit: 8
    6. Klik op oplsaan om door te gaan
    ABB 5

    Bij keuze voor modbus TCP/IP vul je de netwerkgegevens in die bij je netwerk horen.

    Voor Serverpoort neem je 502 in.

    Klik op oplsaan om door te gaan

    ABB 6

    Herstart (power restart) de laadpaal. De laadpaal is nu correct geconfigureerd.

    Gebruik het ingevulde IP-adres in de configuratiewizard van de Luqas module indien gekozen werd voor Modbus TCP/IP.

  • Enovates

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Enovates laadpalen;

    • Enovates ENO one (vanaf firmware v2.10.1.1)

    Volg onderstaande stappen om de Enovates laadpaal te configureren. De laadpaal moet via de primaire ethernetpoort met het lokaal netwerk verbonden zijn.

    Open de Enosam Configuratietool van Enovates op een PC die met hetzelfde netwerk verbonden is als de laadpaal.

    Enovates 1
    • Klik op Discover om de laadpaal te vinden.
    • Selecteer de laadpaal en klik op Configuration
    Enovates 2
    • Selecteer bij Modbus TCP/IP EMS 'YES', kijk na dat de Modbus TCP/IP port  ‘502’ is en stel een statisch IP adres in. Dit adres moet dan ingegeven worden in de configuratiewizard van de Luqas.
    • Klik op Apply en herstart de laadpaal via de Reboot knop.
  • Spelsberg

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Spelsberg laadpalen;

    • Spelsberg Wallbox Smart Pro

    De Spelsberg laadpaal moet verbonden worden met lokaal netwerk via de LAN-aansluitbus LAN-1. De laadpaal kan geconfigureerd worden via de Spelsberg Wallbox app.

    • Open de App en selecteer bij initiële installatie Ik ben elektromonteur en activeer de servicemodus. Selecteer vervolgens Wallbox configureren
    • Scan de QR-code aan de binnenkant van de snelstartgids en volg de instructies in de app voor verdere configuratie.
    • Ga naar Geavanceerde Instellingen
    • Ga naar Netwerk en activeer expert instellingen.
    • Stel een vast IP-adres in na activatie van Statisch IP-adres en bevestig.

    Keer terug naar het configuratiemenu na configuratie van het IP-adres en klik op Volgende

    Spelsberg 1

    Configureer Systeemintegratie en ga naar Energiemanagementsystemen

    Spelsberg 2
    • Klik op Modbus TCP en activeer de Modbus-TCP server, selecteer Modbus-register set ‘Open Charge Control Interface” en stel Modbus TCP server poort 502 in.
    • Klik op Continue  om door te gaan

    Stel tenslotte een veilige laadstroom in bij uitval verbinding: b.v. 6-8A

  • emosS

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types EmosS laadpalen;

    • EVA II
    • OMNI

    De emosS laadpaal is standaard te bereiken via 192.168.5.1. Surf naar dit adres en configureer de Phoenix Contact controller. Dit kan dankzij het importeren van een configuratiefile of manueel:

    • Login met ID: Operator, paswoord Operator
    • Selecteer het laadpunt bij Charging Park, Charging Stations en maak een configuratie aan.
    • Selecteer bij Energy Meter Type het type Phoenix Contact EEM-EM357
    • Stel bij Load management geen measuring device in en selecteer geen laadpunt.
    • Configureer bij System Control, Network een statisch IP-adres.
    • Herstart het laadpunt op het einde van de configuratie.
  • Snigg

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Snigg laadpalen;

    • One Wall
    • One Stand-Alone

    Snigg laadpunten zijn standaard te bereiken op het IP-adres 192.168.123.123.

    Volg de volgende stappen om het laadpunt te configureren:

    • Surf naar het IP-adres van de laadpaal en log in met de gegevens van de fabrikant
    • Ga naar Lastmanagement
    Snigg
    • Stel de parameter Modbus TCP Server register adresgroep in op Open Modbus Charge Control Interface (OMCCI)
    • Klik op Opslaan en herstart de laadpaal
  • e-RS

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types e-RS laadpalen;

    • Single
    • Double

    Volg de volgende stappen om het laadpunt te configureren:

    • Surf naar het IP-adres van de laadpaal
    • Log in met ID “operator” en wachtwoord “Operator”
    • Ga naar “lastmanagement”
    • Stel de instelling “Modbus TCP server voor energiebeheerssystemen in op “aan”.
    • Stel de parameter “Modbus TCP Server register adresgroep” in op “Open modbus charge control interface” (OMCCI).
    • Klik op opslaan
    • Herstart de laadpaal
  • Easee

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Easee laadpalen;

    • Charge Up
    • Charge Max

    Volg de volgende stappen om het laadpunt te configureren:

    • Deze laadpaal communiceert via REST API.
    • Download de Easee Installer App.
    Easee Installer
    • Log in of maak een Easee account aan
    • Klik, na het inlog proces op het ronde bluetooth icoon om verbinding te maken met jouw telefoon.
    • Verbind de laadpaal met je WIFI netwerk of mobiel netwerk.
    • Éénmaal de laadpaal op het netwerk zit, ga je naar de configuratiewizard van de Luqas.
    • In de configuratiewizard van de Luqas, vul de gegevens in die je hebt gebruikt om in te loggen bij de Easee app: Username, paswoord en minimale laadstroom.
    LQS Wizard Easee
    • Klik op “Discover”
    • De laadpaal wordt nu gevonden
    • Klik op “Opslaan”. De laadpaal is nu beschikbaar in Qbus Control.
    • ! Deze laadpaal werkt via WIFI of 4G, een stabiel WIFI of 4G signaal is vereist voor correcte werking. Bij twijfel, open de Easee Installer App of de Easee user app en controleer of de signaalsterkte beter is dan –60 dBm. (-30 tot –50 dBm = Uitstekend; -50 tot –60 = goed)
    Signaalsterkte
  • Peblar

    Qbus energiebeheer ondersteunt volgende types Peblar laadpalen;

    • Peblar Home
    • Peblar Business

    Volg de volgende stappen om het laadpunt te configureren:

    • Maak verbinding via Wi-Fi (SSID van de Peblar hotspot). De SSID en standaardwachtwoord staan op de flyer/label van de laadpaal
    • Login op de browser en ga naar “instellingen
    • Ga naar ‘Netwerk’ en vouw ‘Ethernet’ open om de IP-modus aan te passen naar ‘Handmatig’.
    • Kies een IP-adres buiten de DHCP range. Dit adres is vereist in de configuratiewizard van Luqas.
    • Ga naar Systeem – Firmware en controleer op updates.
    Firmware Peblar
    • Ga vervolgens naar “Geavanceerd” en controleer dat “Modbus API” actief staat en de “toegangsmodus” op “Lezen & schrijven”.
    Modbus Instellingen Peblar
    • Ga naar de Luqas wizard om de laadpaal toe te voegen aan Luqas met het IP-adres van de laadpaal.