Thermostaat
Een Qbus thermostaat is een I/O die een gemeten en gewenste temperatuur heeft. Een thermostaat kan dus toegekend worden als sensor en kan bediend worden via druktoets, kloktijd, Cloud, ... d.m.v. keuze van programma of temperatuur. Deze I/O heeft uitgangen (verwarming, koeling, boost , alarm)
Dit scherm toont 5 thermostaatprogramma's waaronder de manuele bediening. Door op checkboxes net onder de namen van de programma's te klikken, kunt u selecteren welke programma's u vanaf de bediening op de schakelaar wilt aansturen. Per programma kan je de gewenst temperatuur instellen.
Het vak “Time Off” kan worden gebruikt om bij het manueel kiezen van het programma, het systeem automatisch van Economy of Comfort naar Nacht te laten schakelen na een ingesteld aantal minuten.
Zie ook 'Algemene I/O parameters'
Via de tab “Advanced” kan u nog meer aanvullende parameters instellen:
De optie "boost" kan worden gebruikt als u een aanvullend ventiel of circuit hebt dat u kunt aansturen om de ruimte sneller te verwarmen. In dat geval wilt u misschien warmte van deze tweede aangestuurde verwarmingseenheid toevoegen (boost-verwarming = verwarming afkomstig van beide eenheden) als het verschil in graden tussen de ingestelde waarde en de gemeten temperatuur groter is dan bv. 2 °C.
De "hysteresis" verwijst naar het verschil in graden dat nodig is om het verwarmingssysteem in te schakelen. Dit voorkomt dat afwisselend de verwarming en de koeling worden ingeschakeld wanneer u zowel de verwarming als de koeling aanstuurt. Als u bijvoorbeeld wenst dat de verwarming in werking treedt wanneer de temperatuur minder dan 20 graden bedraagt en de koeling geactiveerd wordt bij een temperatuur hoger dan 20 graden, dan zal voortdurend worden omgeschakeld tussen koeling en verwarming. Als u de hysteresis op 0,5 graden instelt, treedt de verwarming in werking vanaf 19,5 graden en de koeling vanaf 20,5 graden.
Stel met de optie "alarm" de maximum- en minimumtemperatuur in en selecteer of u een contact wilt sluiten (dit kan gebeuren via het relais) dan wel een alarm wilt aanmaken dat u via uw mobiele telefoon (als u een sms-module hebt) of via ethernet (als u een ethernetpoort op de controller hebt) waarschuwt.
Vanaf CTD FW3.09 kan je ook het setpunt beperken. Het is dan niet mogelijk om het setpunt verder te laten afwijken van het setpunt van dat programma. Een instelling van 5°C beperkt dus het setpunt tussen 17°C en 27°C wanneer het Comfort regime van 22°C actief is.
Intelligente Verwarming / Koeling (Qbus PID)
PRINCIPE:
De Qbus intelligente Verwarming / Koeling werkt op basis van PID-sturing. De controller berekent het verschil tussen de gewenste temperatuur (setpunt) en de kamertemperatuur, en zal in functie van de grootte van dit verschil de verwarming sturen. We noemen dit Intelligente Verwarming / Koeling of Qbus PID sturing.
De Intelligente Verwarming / Koeling werkt als volgt:
- Het verschil tussen de kamertemperatuur en de gewenste temperatuur wordt berekend (“DIFF”);
- De tijd om de temperatuur 0,5 graden te wijzigen is berekend (TIME)
- De DIFF waarde en de TIME waarde worden vermenigvuldigd met de GAIN (zie hieronder) om de proportionele waarde te berekenen dewelke het verwarmingssysteem zal controleren.
Gedurende elke proportionele stap zal een finetuning mechanisme gebaseerd op de Integrator waarde het verwarmings- of koelingsproces versnellen of vertragen. Zie hieronder meer uitleg over de integrator waarde.
De Qbus intelligente verwarming / koeling werkt zoals hieronder aangetoond. Zowel verwarming als koeling wordt geactiveerd wanneer de kamertemperatuur 0.5 graden verschilt van de gewenste temperatuur. Een “dode zone” tussen verwarming en koeling moet vermijden dat er continu tussen koelen en verwarmen afgewisseld wordt: wanneer de kamer aan het verwarmen is en de gewenste temperatuur bereikt werd kan koeling enkel starten wanneer de kamertemperatuur tot boven de dode zone (instelbaar via de Qbus configuratiesoftware) gestegen is.
CONFIGURATIE VAN DE QBUS PID STURING IN DE SYSTEM MANAGER:
Zodra PID is geselecteerd verandert het thermostaat-scherm zoals hieronder getoond.
KLIK OP DE “STANDAARD” KNOP BOVENAAN RECHTS OM DE STANDAARD WAARDEN VOOR DE QBUS PID STURING TE GEBRUIKEN. HET IS AANBEVOLEN DEZE STANDAARD WAARDEN TE GEBRUIKEN BIJ EEN EERSTE PROGRAMMATIE EN DEZE INDIEN NODIG AAN TE PASSEN GEBASEERD OP DE EFFECTIEVE RESULTATEN VAN DE STURING.
Integrator: zowel voor de relais als 0-10V-gebaseerde Intelligente Verwarming/Koeling. De integratorwaarde wordt aan de controlewaarde (= berekend als DIFF x TIME x GAIN) toegevoegd om de regeling af te vlakken. Hoe hoger de integratorwaarde, hoe vlakker de curve waardoor het regelproces trager zal reageren. Wij raden aan de integratorwaarde niet te wijzigen bij opstart van het systeem en enkel indien nodig nadat het systeem een tijd in werking is geweest deze waarde aan te passen.
Gain: wordt gebruikt om de proportionele controlewaarde voor verwarming/koeling te berekenen (DIFF x TIME x GAIN; zie uitleg hierboven). Hoe hoger deze waarde, hoe groter de sprongen in het controleproces zullen zijn om dit proces te versnellen). Een té grote gain kan resulteren in een overshoot. Ook hier raden wij aan de standaard waarde van de gain te gebruiken in een eerste fase en deze enkel aan te passen na het systeem een tijdje gebruikt te hebben.
Delay: wordt enkel gebruikt bij relais-gebaseerde Intelligente Verwarming/Koeling. Wanneer relais worden gebruikt om de verwarming en koeling te regelen wordt een cyclus van 10 minuten gebruikt om door het proces te gaan. Gezien een relais enkel open of toe kan staan, wordt bijv. een relais die 75% open staat vertaald door in de cyclus deze relais voor 75% van de cyclustijd (=7,5 minuten) open te zetten en gedurende 25% van die tijd (2,5 minuten) toe. Gezien de elektronische thermostatische kranen een vertraging hebben om van volledig open naar volledig dicht te gaan (meestal ongeveer 3 minuten) wordt de “delay” tijd aangegeven in het “delay” veld toegevoegd aan de cyclustijd van 10 minuten om het effect van deze “trage” thermostaatkranen uit te filteren.
Button2 on DIS01: wanneer de Qbus PID actief is en dit veld staat aan, kan de tweede knop op een DIS02IT gebruikt worden om de koeling uit of aan te zetten.
Speed 2: enkel wanneer het verschil tussen kamer- en set-temperatuur minimum het aantal graden is vermeld in “Speed 2” kan een extra relais ingeschakeld worden om extra bij te verwarmen of koelen. Speed 2 is een I/O die in een relais of 0-10V stuurmodule kan toegewezen worden.
PID Minimum / Maximum: beschrijft de range die voor manuele temperatuurcontrole gebruikt kan worden via touch screens of schakelaars. Wanneer in een thermostaatprogramma een temperatuur lager dan de PID minimumtemperatuur wordt geselecteerd zal de koeling nooit geactiveerd worden. Dit om te vermijden dat bijv. de airco zo worden gebruikt om een kamer af te koelen gedurende de nacht of bij afwezigheid.
Dode band: dode zone tussen verwarming en koeling: wanneer de koeling uit staat, moet de kamertemperatuur minstens het aantal graden vermeld in dit veld lager zijn vooraleer de verwarming aan gaat. Omgekeerd zou het dat aantal graden warmer moeten zijn dan het setpunt vooraleer de koeling start. Zie ook figuur 3 hierboven voor een voorbeeld.
Events: Standaard staan de events aan. Naast deze knop staat het interval waarop deze events doorgestuurd kunnen worden. Wij raden aan niet minder dan 2 minuten interval te kiezen.
I/O’S CONFIGUREREN MET QBUS PID
Relaisuitgangen configureren:
Door een Qbus PID thermostaat aan te maken worden automatisch vier I/O’s aangemaakt: Heating, Cooling, Speed 1 en Speed 2. Deze I/O’s kunnen aan een relais-uitgang toegewezen worden.
Heating en Cooling moeten toegewezen worden aan de relais waarop de klep die deze stuurt, aangesloten is. Speed 1 en Speed 2 moeten aan een ventilator (fan) worden toegewezen indien er
een aanwezig is. Speed 2 zal enkel werken indien het verschil tussen de kamer- en gevraagde temperatuur minstens het aantal graden is dat aan Speed 2 is toegewezen in het PID scherm.
Analoge (0-10V) I/O’s configureren
Gezien de Speed1 / Speed2 I/O’s AAN/UIT contacten zijn, kunnen deze enkel aan relais worden toegewezen, en niet aan analoge I/O’s. Enkel de Cooling / Heating contacten kunnen aan 0-10V uitgangsmodules worden toegewezen.
QBUS PID GEBRUIKEN IN COMBINATIE MET ANALOGE LOGICA:
Wanneer een PID thermostaatmode werd aangemaakt zal je in de lijst van I/O’s die in analoge logica kunnen gebruikt worden de volgende I/O’s vinden:
Thermostaat (Setpoint):
Setpunt (gevraagde temperatuur) van deze thermostaat; deze kan als een voorwaarde worden gebruikt: (IF Setpoint = X graden, THEN…) of als een gevolg (If X is ON, then X graden -> Setpoint)
Thermostat (RoomTemp.):
Kamertemperatuur gemeten door de thermostaatsensor; kan enkel als voorwaarde gebruikt worden
Thermostat (Prog):
Respectievelijke programma (Comfort, Economy, Night, Freeze,…) van de thermostaatmode; kan als voorwaarde of als gevolg gebruikt worden.
Thermostat (TimeOff): de Time-Off functie van het respectievelijke thermostaatprogramma; kan als voorwaarde of als gevolg gebruikt worden.
Thermostat (Heating):
als de I/O “Verwarming” van de thermostaatmode aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (Cooling):
als de I/O “Koeling” van de thermostaatmode aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (Speed1):
als de I/O “Speed 1” van de thermostaatmode aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (Speed2):
als de I/O “Speed 2” van de thermostaatmode aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (HeatingPWM):
als de “PID Verwarming” I/O van de PID sturing via RELAIS aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (CoolingPWM):
als de “PID Koeling” I/O van de PID sturing via RELAIS aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (HeatingAnalog):
als de “PID Verwarming” I/O van de PID sturing via ANALOGE MODULES (0-10V) aan of uit is; gebruikt als voorwaarde
Thermostat (CoolingAnalog):
als de “PID Koeling” I/O van de PID sturing via ANALOGE MODULES (0-10V) aan of uit is; gebruikt als voorwaarde