Klik op het tabblad “Verbinding” om met de Controller te kunnen verbinden. Volgend scherm wordt dan zichtbaar:
Er zijn twee manieren om met de Controller (CTD) te communiceren:
1. via ethernet: alleen als de CTD een ethernetpoort heeft – CTD10, CTD40, CTDMax, CTD01Em, CTD01E, CTD01E+, CTD02E, CTD03E.
2. via USB: mogelijk met volgende ‘oudere’ CTD's: CTD01Em, CTD01, CTD01E, CTD01E+, CTD02E, CTD03E
Als u via USB wenst te communiceren, klik dan op de optie USB in het setupscherm. Vergewis u ervan dat de geselecteerde communicatiepoorten ingesteld zijn van COM1: tot COMx:.
Er zijn 2 manieren om via een ethernetkabel een verbinding met de CTD tot stand te brengen:
1. Als u een verbinding met de CTD tot stand brengt via een router, moet u de controller op de router aansluiten met behulp van een rechte ethernetkabel (met de CTD geleverd - doorgaans geel). Hierbij is het belangrijk dat de ethernetkabel ingeplugd is alvorens de CTD onder spanning gezet wordt. U hebt ook een rechte kabel nodig om uw computer op de router aan te sluiten. Als u een draadloze router hebt, kunt u via deze router een draadloze verbinding met de controller tot stand brengen.
2. Als u de ethernetport van de CTD rechtstreeks verbindt met uw computer, zal in de meeste gevallen een rechte ethernetkabel voldoen. Wanneer de computer echter al wat ouder is, dan is een (niet-meegeleverde) gekruiste netwerkkabel nodig.
Bij een correcte fysische verbinding zal het linkse led op de ethernetpoort groen branden en de rechtse led groen knipperen bij dataverkeer.
Om het toestel via ethernet te bedienen, moet een IP-adres worden toegewezen.
Wanneer een toestel onder spanning wordt gebracht, zal het zoeken naar een IP-adres enkel en alleen als er al een goede fysische verbinding is. Wanneer de CTD wordt aangesloten via een router, heeft deze router een geïntegreerde DHCP, die ervoor zorgt dat elk aangesloten toestel een IP-adres krijgt.
Om het juiste IP-adres toe te wijzen aan de CTD, vink de optie USB uit en Ethernet aan in het setupscherm, en klik vervolgens op "TCP/IP Instellingen".
Wanneer u op TCP/IP instellingen klikt, zal de System Manager via UDP broadcast de CTD in uw netwerk zoeken. Blijft de tabel volledig leeg, selecteer dan de netwerkinterface waarin de controller zich ook bevindt. Wanneer de gewenste CTD gevonden werd, dubbelklik dan op de gewenste lijn, zodat de communicatie tot stand gebracht wordt. Indien dit lukt, dan verdwijnt het scherm "TCP/IP instellingen", het correcte IP-adres wordt ingevoerd in het veld "IP-adres of host naam" van het setupscherm en de verbinding wordt tot stand gebracht.
Maakt u de verbinding via een router, dan krijgt u een IP-adres dat meestal begint met 192.168.
Wanneer u rechtstreeks vanaf uw computer de verbinding met de Controller tot stand brengt (zonder router met DHCP-server), dan krijgt u een IP-adres dat begint met 169.254
De On/Off-Line status is steeds zichtbaar rechts bovenaan. Klikken op dit icoontje maakt of verbreekt de USB/ethernet verbinding met de controller.
OPGELET!!
• De lokale communicatie van de System Manager vindt altijd plaats via de poort 8445, wat wordt ingevoerd in het venster "setup", in het veld "Poort" naast het IP-adres.
Opmerking: Sluit eerst de netwerkkabel aan, en activeer dan de controller om een IP-adres aan te vragen via de DHCP. Uiteraard is rechtstreekse aansluiting op een pc mogelijk, en in dat geval is soms een kruiskabel nodig (apart aan te kopen in een IT-speciaalzaak).
Opmerking: je kan een vast IP adres geven aan de Controller. In het TCP/IP Instellingen scherm kan je het gewenste IP-adres ingeven en dan klikken op “Set IP / Gateway / DNS”. Dit is meestal interessanter omdat bij een stroomonderbreking de CTD en ander IP-adres kan toegekend krijgen. Gebruik ook zeker een IP-adres dat nog niet in gebruik is. Gebruik hiervoor eventueel de “PING”-knop om dit te testen.
- Een wachtwoord instellen voor de ethernetaansluiting:
Alle controllers worden zonder wachtwoord geleverd. Als de controller een verbinding met het internet tot stand brengt of als u via het internet wijzigingen wilt doorvoeren, moet er voor de veiligheid een wachtwoord worden ingesteld. Om een wachtwoord in te stellen, geef het oude wachtwoord en het nieuwe wachtwoord twee keer in en stuur het naar de interface. Dit gebeurt via het hierboven weergegeven scherm; wanneer u een wachtwoord 2 keer hebt ingevoerd, klik op de optie "stuur nieuw wachtwoord naar de actuele connectie".