In de Qbus software kunt u 5 timermodi selecteren:
Timer 1 (“vergeettimer”)
Bij elke druk op de toets wordt de timer in- of uitgeschakeld. In een hal bijvoorbeeld wordt de toets één keer ingedrukt om het licht voor een zekere periode aan te steken, en een tweede keer om de lichten te doven. De tijdsduur kan je instellen door op de toets "Eigenschappen" te klikken en met de toetsen "Min" of "Sec" de tijd in minuten of seconden te selecteren.
OPGELET: werk zo lang mogelijk (tot meer dan 4 minuten) in seconden om een nauwkeurigheid van 1 seconde te hebben. Als u de timer in minuten instelt, dan kan de afwijking oplopen tot 1 minuut!
Timer 2 (“trappenhuisautomaat”)
Bij elke druk op de toets wordt de timer teruggesteld op de ingestelde waarde. Als uw timer bijvoorbeeld op 3 minuten is ingesteld, zal de timer 3 minuten lopen telkens wanneer u de toets indrukt. Deze timer werkt niet met bewegingsdetectoren - bewegingsdetectoren kunnen enkel bistabiele I/O’s aansturen en blijven aftellen gedurende de periode die is ingesteld in de detectormodule.
Vanaf CTD FW3.08 heeft de Timer2 een extra parameter: Wanneer de “Automatic Reset” wordt aangezet, dan zal deze timer, wanneer hij op 0 komt, opnieuw op zijn ingestelde waarde worden ingesteld. Zo’n timer kan nuttig zijn om in de analoge logica continue zaken te testen.Timer 3 (“luie timer”)
Bij de eerste druk op de toets wordt de timer geactiveerd. De toets een tweede keer indrukken, schakelt de aan/uit modus in - de in de timer ingestelde waarde heeft dan geen belang meer. Bij een derde druk op de toets wordt de I/O uitgeschakeld. Voor de voordeur bijvoorbeeld kunt u een timer gebruiken, maar beschikt u ook over de mogelijkheid om het licht voor onbepaalde tijd te laten branden zonder dat de timer het licht automatisch dooft. Wanneer u Timer 3 hebt geselecteerd en hem hebt ingesteld op 3 minuten, en u dan de toets indrukt, wordt de timer voor 3 minuten geactiveerd, en wordt het licht aan het einde van die periode gedoofd. Drukt u de toets twee keer in, dan blijft het licht branden tot u hem een derde keer indrukt - dan wordt het licht gedoofd.
- Timer 4
Dit is een gekoppelde timer: een impuls (indrukken van een toets, bewegingsdetectie, ...) activeert een I/O (bv. I/O 1). Na een zekere periode (kan worden ingesteld door de gebruiker) wordt een tweede I/O geactiveerd (bv. I/O 2, gekozen door de gebruiker). Wanneer I/O 1 (de “master”) wordt uitgeschakeld, zal na een vooraf ingestelde periode ook I/O 2 (de “slave”) worden uitgeschakeld. Voorbeeld: wanneer u 's avonds thuiskomt, steekt de bewegingsdetector buiten de voordeurverlichting aan, en 1 minuut later de verlichting van de hal.
Om deze timer te programmeren, moet u de Timer4 ingang toewijzen voor de eerste I/O. Wanneer u op "enter" klikt, zal een drop-down scherm u vragen de I/O te definiëren die (met een zekere vertraging) zal worden gekoppeld aan deze eerste I/O (zal gedefinieerd worden als Timer3(vertraging)). U kunt de vertragingstijd instellen door op "Eigenschappen" te klikken.
Door op de knop “Eigenschappen” te klikken, kan de vertragingstijd worden ingesteld.
Timer 5
Met deze timer kunt u een manuele ingang (schakelaar) en een detectoringang koppelen. Een detector activeert een I/O alleen als hij een beweging detecteert of als het lichtniveau onder een ingestelde drempel daalt (zie lager in MDI/MDO programmeren). In het Qbus systeem heeft een detector voorrang op een schakelaar. Als u een I/O, aangestuurd door een detector, ook wilt bedienen met een schakelaar, zal de I/O niet op het commando van de schakelaar reageren als de parameters van de detector niet overeenstemmen (bv. geen beweging gedetecteerd of lichtniveau nog te hoog - de detector schakelt uw I/O onmiddellijk uit nadat u met de schakelaar het commando gegeven hebt om hem in te schakelen).
U kunt dit probleem vermijden door een Timer 5 te gebruiken. Een timer 5 wordt als volgt geprogrammeerd:
Stap 1: een nieuwe I/O (Timer 5 Manueel) aanmaken op de schakelaar die u wilt gebruiken om die I/O te bedienen. Wanneer u op "enter" klikt, zal u gevraagd worden een naam te geven aan de I/O die u met de detector wilt aansturen (u zult twee namen hebben voor dezelfde I/O, één voor de manuele bediening, de andere voor de detector - voeg achter de I/O "manueel" of "detector" toe zodat u het onderscheid kunt maken tussen beide).
Stap 2: je moet Timer 5 Detector ook koppelen aan de detector die je wilt gebruiken om deze I/O aan te sturen. Als je een SWC04M programmeert, kun je deze Timer 5 Detector rechtstreeks aan een toets koppelen. Gebruik je echter een MDI01 of SEN04 als detector, dan moet je een fictieve I/O aanmaken, aangezien een MDI01 of SEN04 alleen bistabiel-I/O’s kan aansturen (geen timers). Maak in dit geval eerst een fictieve bistabiel-I/O aan, en koppel deze fictieve I/O via logica aan Timer 5 Detector
Stap 3: Gebruik in de MDI01 of SEN04 de fictieve I/O als één van de aangestuurde I/O’s: wanneer de detector nu iets detecteert, zal hij de fictieve I/O inschakelen, die op zijn beurt Timer 5 Detector activeert (beide zijn gekoppeld via een interne logische functie).
Stap 4: Om de manuele bediening van de I/O voorrang te geven op de Detectorsturing moet u de manuele I/O toewijzen aan het relais waarop de I/O is aangesloten. Uw manuele bediening heeft nu voorrang op uw detector.